MOABI is opgericht in het besef dat de plantensystematische kennis van de tropisch-Afrikaanse vegetatie absoluut onvoldoende is om deze verantwoord te kunnen beheren. Als niet bekend is wat er is kan het ook niet beheerd worden. Helaas wordt dit type onderzoek maar door weinigen gedaan en dan ook nog door een steeds kleiner wordende groep onderzoekers in 'het Noorden'. Er zijn maar zeer weinig Afrikaanse botanici, terwijl er juist voor hen zo'n grote klus ligt! Moabi wil hen daarbij zoveel mogelijk helpen.
Door ondersteuning van jonge Afrikaanse onderzoekers, financieel en wetenschappelijk, hoopt de Stichting effectief bij te dragen tot de verwezenlijking van haar doelstelling.
Nagenoeg elk land in tropisch Afrika was tot rond 1960 een Europese kolonie en het waren deze Europese kolonisten die zorgden voor de botanische exploratie. De verzamelde planten vinden wij nu terug in de botanische instituten van deze voormalige koloniale mogendheden, zelden in een instituut in het land van herkomst. Na de verkregen onafhankelijkheid trad er een breuk op, zowel in de exploratie van de vegetatie als in het verwerken van de verkregen gegevens tot handboeken zoals bijvoorbeeld flora's. Plaatselijke botanische instituten waren er niet of nauwelijks, of hadden onvoldoende geschoold personeel en vaak nauwelijks financiële middelen om de taak van de voormalige koloniale macht over te nemen. De oude heersers uit Europa zijn vaak nog wel enigszins actief gebleven op dit terrein, maar met veel minder menskracht en middelen: het is immers hun kolonie niet meer. In de andere continenten in de tropen is de situatie aanzienlijk beter omdat de botanische exploratie daar veel eerder ter hand is genomen. De plaatselijke instituten zijn aanzienlijk beter. Afrika is het grote zorgenkind.
De tijd dringt. Om de voortschrijdende ontbossing een halt toe te roepen, zijn er argumenten nodig, moet er zicht zijn op wat er te beschermen is en eventueel verloren dreigt te gaan. Een goed voorbeeld is te vinden in Gabon. Daar heeft in 2001 een extensieve inventarisatie plaats gehad van een groot aantal potentieel te beschermen gebieden. Op basis van aantallen zeldzame planten- en diersoorten en de kwetsbaarheid van het milieu waarin ze voorkomen, zijn argumenten verkregen om de overheid ervan te overtuigen een deel van deze gebieden daadwerkelijk te beschermen. Dit heeft succes gehad. Aan de reeds beschermde gebieden werden er dertien toegevoegd, zodat nu 10% van de vegetatie een beschermde status heeft! MOABI en de mensen achter de stichting hebben uitstekende contacten met alle botanische instellingen in Afrika en werken daarmee samen. Zo maken we naast publicaties in wetenschappelijke tijdschriften gezamenlijk flora's: recent is de Flora van Benin verschenen, zijn de lianen van West Afrika in kaart gebracht en werken we momenteel met man en macht aan de Flora van Gabon. Bij dit werk stimuleren we zoveel mogelijk bijdragen van onze Afrikaanse partners.
Ieder jaar worden er ruim 2000 nieuwe soorten planten beschreven; de meeste komen voor in de tropen. Hiernaast een foto van Thunbergia atacorensis een nieuw-ontdekte soort uit Benin tijdens een recent project, het 'Projet Flore du Bénin'.
Afrika: het zorgenkind
Plantenverzamelaars aan het werk: kennisoverdracht in het veld.
Een herbarium is een essentieel instrument voor de beschrijving van de plantenrijkdom.
Verder op eigen kracht
Maar nu is een gedetailleerde inventarisatie aan de orde om de echte bescherming vorm en inhoud te geven. Wie moet dat doen? Wij vinden de Afrikanen zelf: zij moeten de expertise ontwikkelen en instellingen in het leven roepen om hun eigen flora te bestuderen en te beheren. MOABI wil hen daarbij zoveel mogelijk ondersteunen.